Docent

  • WebQuest titel: Fictie
  • Onderwerp: Fictie
  • Schooltype: Voortgezet Onderwijs
  • Bestemd voor: klas 2
  • Vakgebied(en): Nederlands
  • Uitvoering door: groepjes van 4 leerlingen
  • Opbrengst van de WebQuest:powerpoint of word-verslag

Inleiding

Deze WebQuest is een poging om in het kader van de Nederlandse les voor de eerste fase een interactieve workshop e-learning uit te werken. Op deze wijze hopen we leerlingen een inleiding te geven omtrent een aantal aspecten van de Nederlandse taal en over schrijvers.

De opdracht voor de leerlingen, een werkstuk tot stand te brengen in een team van vier, biedt de nodige uitdaging om via de aangeduide links het internet te verkennen. Ze leren op een systematische manier omgaan met teksten, met taalfenomenen, ...

Het groepswerk kan nog sterker gestimuleerd worden door per taalvariant 2 redacteurs aan het werk te zetten. Zo kunnen we gaan in de richting van coöperatief leren waarbij ze elk een andere tekst lezen en leren gebruik maken van elkaars informatie in het uiteindelijke resultaat.

Doelen en eindtermen

taal:

  • De leerlingen leren de volgende begrippen kennen: taal, communicatie, taalvarianten, standaardtaal, dialect, groepstaal, vaktaal, ...
  • De leerlingen brengen in een groepje een informatieve en/of argumentatieve tekst tot stand
  • De leerlingen lezen een internettekst diagonaal en geven de essentie ervan weer
  • De leerlingen omschrijven de volgende lingu√Įstische begrippen: standaardtaal, dialect, Poldernederlands, vrouwentaal, digi-taal, turbotaal, chattaal, jongerentaal
  • De leerlingen sommen een aantal kenmerken van deze taalvarianten op
  • De leerlingen beseffen dat deze taalvarianten in principe gelijkwaardig zijn als expressie- en communicatiemiddel aan elkaar
  • De leerlingen kunnen bij elke variant concrete taaluitingen geven als voorbeeld

ict:

  • De leerlingen maken gebruik van hyperlinks
  • De leerlingen zoeken gericht naar bv. afbeeldingen, voorbeelden, ...
  • De leerlingen lay-outen een tekst met een tekstverwerker en sturen hem door via e-mail
  • De leerlingen ontwerpen een folder op basis van een sjabloon
  • De leerlingen schrijven, wijzigen, wissen teksten met Word
  • De leerlingen downloaden illustraties en gebruiken ze bij hun tekst
  • De leerlingen bewerken via internet eigen tekstjes op creatieve wijze en integreren ze in hun folder algemeen
  • De leerlingen kunnen samenwerken: afspraken maken, luisteren, suggesties geven, een voorkeur uitspreken ...

Wat maakt een WebQuest tot een leerzame activiteit?

Er zijn vijf componenten en in de ideale WebQuest komen deze vijf elementen allemaal aan de orde.
  1. Er is sprake van een rijk taalaanbod (input), omdat de leerlingen kennis maken met diverse informatieve teksten in wisselende contexten.
  2. De leerlingen verwerken het taalaanbod op inhoud, omdat ze een tekst moeten analyseren op argumentatie, kenmerken, voorbeelden, etc.
  3. De leerlingen verwerken het taalaanbod op vorm, omdat ze ook ook naar grafische vormgeving aandacht moeten besteden aan leuke en toch veelzeggende illustraties die de essentie van een taalvariant uitdrukken.
  4. De leerlingen handelen strategisch, omdat ze in overleg met elkaar hun opdracht vastleggen en elkaar confronteren naar uitwerking en afwerking. Ze moeten bijvoorbeeld hun tekststijl en grafische stijl op elkaar afstemmen.
  5. De leerlingen worden gestimuleerd de taal in een realistische context te produceren, omdat de opdracht normaal-functioneel is. Een folder ontwerpen is een boeiende uitdaging en vraagt ook in de realiteit teamwork. Een sjabloon, informatieve bronnen, illustraties opzoeken en gebruiken, teksten ontwerpen, etc. zijn courante bezigheden voor velen. Dit zal de motivatie sterk ten goede komen.
Comments